Cactus foto

Bang voor de angst

Stel je voor, je wilt ergens naartoe. Je slaat de deur achter je dicht en net op het moment dat je de straat uitloopt zie je een beer aan komen lopen. Je denkt dat je droomt, maar het is echt waar. Even sta je stil. Je verstijft. Wat moet je doen? Maar voordat je iets kan bedenken, reageer je al. Je begint hard te rennen. Ver weg van de beer. Je brengt jezelf in veiligheid en vlucht weg van deze situatie. Hoe komt dit nu eigenlijk? Wat zorgt ervoor dat wij uit een gevaarlijke situatie vluchten? Dit komt door de angst. Hieruit blijkt dat angst erg nuttig is. Angst zorgt ervoor dat je weg kunt gaan uit een gevaarlijke situatie. Het zorgt ervoor dat je reageert. Je hartslag gaat omhoog en je spieren spannen zich aan om te kunnen vluchten. Angst is dus eigenlijk heel positief, want het zorgt ervoor dat de kans groot is dat je een gevaarlijke situatie overleefd. Zonder angst is je lichaam niet in staat om weg te gaan uit de situatie. Toch kan angst ook optreden wanneer er geen gevaarlijke situatie te bekennen is.

Er zijn twee soorten angst. Als eerste bestaat er de angst voor een bepaalde gebeurtenis, bijvoorbeeld de beer in de straat of een bevalling. De tweede angst is eigenlijk angst voor het gevoel van de angst. Je bent bang om angstig te worden. Als bijvoorbeeld je bevalling de vorige keer niet is gelopen zoals je je had voorgesteld en je het gevoel had dat je de controle verloor en jezelf daardoor machteloos voelde, dan kun je daar heel angstig van worden. Dat anderen over jouw lichaam en jouw kind beslissen, dat vind je een eng idee. Bij een tweede zwangerschap kun je dan bang zijn dat je dit weer gaat ervaren tijdens de bevalling. Je bent dus eigenlijk bang voor de angst. Bang dat je de controle weer zal verliezen en je jezelf weer machteloos zult voelen. En dat wil je niet. Het liefst vermijd je de bevalling, maar dat gaat niet. Je zult je toch op de een of andere manier moeten overgeven aan de naderende bevalling. Maar hoe dan? Je maakt je er zorgen over en kan niet stoppen met piekeren. Je bent alleen maar bezig met de angst. Je wilt dit niet, maar je weet niet hoe je dit los kunt laten.

Hier is iets aan te doen! Het is belangrijk om anders naar de situatie te leren kijken. Dit kun je doen door je gedachten aan te pakken en deze te leren beheersen. De gedachten die je hebt, maken je bang. Vaak zijn dit onbewuste gedachten en daarom is het erg lastig om hier zelf mee om te leren gaan. Het denken veroorzaakt de angstige gevoelens en soms lijkt het alsof de angst zomaar op komt zetten. Vaak op momenten dat het je helemaal niet uitkomt. Op je werk bijvoorbeeld.

Je gedachten en je gevoel staan in verbinding met elkaar. Wanneer jij denkt aan iets wat je bang maakt, dan zul je jezelf erg angstig, verdrietig of boos voelen. Maar als jij denkt aan iets wat jou vrolijk maakt en waar je van ontspant, dan zul je hier een gelukkiger gevoel van krijgen. Denk bijvoorbeeld maar eens terug aan een gebeurtenis waar jij enorm blij van werd. Het is niet makkelijk en het vraagt veel oefening om je gedachten te leren beheersen. Maar oefening baart kunst. Probeer het maar eens. Wat doet dat met je? Hoe voel je je daarbij?

 

 

Deel dit bericht